|
© Kjeld van Druten 2004
Camera springen deel III De ideale opstelling van de camera's op de helm Cameraspringen is een belastende aangelegenheid voor het lichaam. Het extra gewicht op het hoofd zorgt voor een extra belasting van de nekspieren en wervels tijdens de vrije val, de opening van de parachute en het vliegen onder de parachute. Door het handig plaatsen van de camera's op de helm kan deze fysieke belasting beperkt worden.
Om dit te begrijpen moeten we even naar wat natuurkunde kijken, met name naar momenten en zwaartepunten. Een moment is een krachtenbalans die zorgt voor een rotatie als hij niet wordt tegengehouden. Deze rotatie vindt altijd om een rotatie-as plaats. Deze as hoeft niet perse door het midden van een object te lopen, denk maar aan het scharnier van een deur of een ongelijke wip. Om een rotatie te voorkomen moeten alle krachten per definitie in evenwicht zijn. Als er dus een kracht van een camerahelm is die het hoofd voorover wil kantelen moeten de nekspieren een tegengesteld effect hebben die dat voorkomt om het hoofd rechtop te houden. Het moment is te berekenen met de formule: M=F x d. Waarbij F de (zwaarte)kracht is die het object uitoefent en d de lengte van de arm tot het rotatiepunt. Deze arm d wordt ook wel de hefboom genoemd. Bij een wip die in evenwicht is geldt dus: F x d = F1 x d1. Deze formule verklaart dus waarom een volwassene met een klein kind op een wip kan zitten en toch in evenwicht kan zijn: zolang de volwassene maar dicht genoeg bij het rotatiepunt zit lukt het. Om de effecten van camerahelmen op de nek te bepalen moeten we weten waar de krachten van de helmen en camera's aangrijpen, oftewel F en d moeten bepaald worden om het moment te kunnen berekenen. Het zwaartepunt is dat punt in of rond een object waar, als je het object moest terugbrengen tot een punt, alle massa zich zou concentreren. Dit hoeft niet perse in het object te zijn. Bij een hoefijzer ligt dit bijvoorbeeld in het midden, juist op de plek waar helemaal geen hoefijzer is. Zoals we in de formule M = F x d hadden gezien leidt massa met behulp van de zwaartekracht tot een kracht: F = m x a , waarbij a de zwaartekrachtversnelling van 10m/s² is. Hefbomen en momenten in het lichaam Als we nu weer naar een mens kijken, dan zijn de gewrichten de rotatiepunten en de botten de hefbomen. Maar bij het lichaam is de situatie toch iets anders. Want behalve de zwaartekracht en de massa van de ledematen zijn het vooral de spieren die rotaties kunnen veroorzaken of voorkomen. Hierbij speelt het aangrijpingspunt van de spieren een grote rol. Als spieren dicht bij het rotatiepunt liggen kan een kleine kracht aan de andere kant van het gewricht die wel ver van het rotatiepunt af ligt al snel tot een groot moment leiden en dus een hoge vereiste kracht voor de spieren. Om veel onnodige spierkracht te voorkomen zit het lichaam redelijk symetrisch in elkaar. Bij een rechtop staand mens bevindt de massa van het hoofd zich precies boven het rotatiepunt in de wervel, zodat de nekspieren geen kracht hoeven te leveren. Dit is echter een wankel evenwicht wat zich laat vergelijken met het balanceren van een bal op een satéstokje. Om te voorkomen dat het hoofd omvalt bij een kleine evenwichtsverstoring zijn er rondom spieren in de nek die elkaars tegengestelde werking hebben. Antagonisten noemen we dit. Zo zijn er spieren die zorgen voor flexie (buigen) en extensie (strekken) en rotatie (draaien zoals bij links en rechts kijken) abductie en adductie (het zijdelings van de schouder af bewegen en het zijdelings naar de schouder toe bewegen). De invloed van de camerahelm Externe factoren kunnen dit krachtenspel beïnvloeden, zoals een camerahelm. Door de massa van de camerahelm verandert de ligging van het zwaartepunt ten opzichte van het rotatiepunt in de nek. Doordat deze extra massa altijd verder van het rotatiepunt weg ligt dan alleen het hoofd van het rotatiepunt zal het totale zwaartepunt daarom verder van het rotatiepunt komen te liggen. Verstoringen van het evenwicht zullen dus grotere krachten van de spieren vergen om bewegingen te voorkomen of juist op gang te brengen. Wederom als het balanceren van een bal op een satéstokje, alleen is in dit voorbeeld het stokje wat langer geworden dan in de vorige situatie.
onderruggedeelte (5 lumbale wervels), het bekkengedeelte (5 craniale wervels) en het staartgedeelte (3 of 4 wervels). In de anatomie, de leer van botten en spieren, hebben deze wervels een letter en een nummer. In de nek is het gewricht tussen de eerste nekwervel (C1 ook wel "Atlas" genoemd) en de tweede wervel (C2 "Axis" genoemd) het meest beweeglijk. De wervels kunnen niet allemaal even veel bewegen, want de wervelkolom is een compromis tussen flexibiliteit en sterkte / stabiliteit. Met name het bekken- en staartgedeelte is behoorlijk star en is dus minder relevant voor bewegingsmogelijkheden. De focus ligt dus meer op het nek-, borst- en onderrug gedeelte.
Nadeel van side-mounted camera's. Nu wordt dus ook duidelijk waarom een camerahelm vooral in het frontale vlak symetrisch moet zijn opgebouwd. Want bij de opening van de parachute ontstaat met name bij side-mounted camera's naast een buiging in de nek ook een rotatie door het gewicht aan één kant. Zoals hierboven al is beschreven leidt deze combinatie van flexie en rotatie gemakkelijk tot schade aan de pees- en botstructuren in de nek. In eerste instantie zullen deze krachten worden opgevangen door de daarvoor geschikte nekspieren, maar de piekkrachten in deze beweging kunnen al snel de fysieke tolerantie overschrijden, met als gevolg schade aan de anulus fibrosis en in het ergste geval de wervellichamen zelf (bijvoorbeeld een gebroken nekwervel). Als je dus een camera aan de zijkant wilt hebben zorg dan dat je er ook een aan de andere kant hebt. Dan ben je in ieder geval symetrisch.Wie denkt dat dit effect genegeerd kan worden door het geringe gewicht van de hedendaagse videocamera's komt bedrogen uit. Het Amerikaanse leger heeft in een onderzoek ontdekt dat zelfs een gewicht van enkele honderden grammen al tot duidelijk groter meetbare krachten op de wervelkolom kan leiden door openingsschokken van parachutes. Aangezien een serieuze camerahelm al snel een veelvoud van enkele honderden grammen weegt is de opstelling dus extra belangrijk. Bovendien kunnen tijdens piekmomenten in de opening de krachten meer dan 10G halen, oftewel je camera van 500 gram weegt dan kortstondig 10x zoveel, 5 kg dus. Ook de snelle opbouw van deze kracht is extra schadelijk voor je nek, omdat de spieren niet zo snel een tegenkracht kunnen leveren.
De meest ideale houding tijdens het openen. Om de nek dus zo min mogelijk te belasten dient het zwaartepunt van het hoofd plus de helm zoveel mogelijk boven het rotatiepunt gehouden te worden. Hoewel bijna alle nekwervels bijdragen aan voor- / achterwaartse rotatie (flexie en extensie) moet het zwaartepunt dus zoveel mogelijk boven de tweede nekwervel worden gehouden.Bij de opening is het dus raadzaam om naar de horizon of iets omlaag te blijven kijken, dit om te voorkomen dat je met je camera's vast komt te zitten in de lijnen tijdens een rare opening of een flinke twist tot in de nek. Zodra er line-stretch is kan er beter naar de horizon worden gekeken in plaats van iets omlaag, omdat anders de spanning op de nekspieren erg groot kan worden tijdens de peakforce doordat het zwaartepunt van de helm dan ver voor het rotatiepunt hangt.
Bij de camera-opstelling met alle camera's bovenop is dit eingelijk het enige nadeel: als je naar de grond kijkt is je hefboom groter dan bij de opstelling met de camera voorop. Bronnen: |
| Onze server is tijdelijk buiten gebruik voor onderhoud, probeert u het later nog eens. |